VSV Limburg

Interviews, nieuws, foto- & video-reportages over de aanpak van schooluitval in Limburg.

Initiatief: Monaïm Benrida
Projectcoördinatie & Productie: Deviante
Tekst & Redactie: Melinde Bussemaker
Fotografie: Peter Wouters
Vormgeving: Bidust
Eindredactie: Yvette Collet
Mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Zoeken

Menu

Vind ons hier...

Stichting LVO: van kassier naar huisvader

Stichting Limburg Voortgezet onderwijs is sinds de start van VSV ruim vier jaar geleden contactschool voor de hele provincie Limburg. Hoe kijkt bestuurslid Ron Bonekamp terug op de eerste jaren en wat zijn aandachtspunten voor de toekomst? “Er ligt een pittige taak.”

image

“Het doel vanuit het ministerie is om in 2016 maximaal 25.000 voortijdige schoolverlaters te hebben”, vertelt Ron Bonekamp, bestuurslid Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs. “Pittig, aangezien de afgelopen jaren vooral het lage fruit geplukt is. De komende jaren wordt de aanpak intensiever en persoonlijker. Collectieve middelen volstaan dan niet meer, je moet creatieve oplossingen zoeken om leerlingen te bereiken. Maar het is ontzettend belangrijk dat we ons hiervoor blijven inzetten. Een startkwalificatie is van levensbelang, dat meen ik letterlijk. Zonder startkwalificatie heeft een jongere geen toekomstperspectief. Limburg moet extra hard werken aan VSV omdat er straks vacatures vervuld moeten worden. We hebben de nieuwe aanwas nodig. Jongeren kunnen een bijdrage leveren aan Limburg, mits ze een startkwalificatie hebben.”

Structuur en contact 
“Toen we vier jaar geleden begonnen, wisten we eigenlijk niet waaraan”, vervolgt hij. “Je zag dat gemeenten al lopende projecten onder VSV schaarden en dat scholen er langzaam mee aan de slag gingen. In het begin fungeerde LVO meer als kassier, een brievenbus waar het budget in werd ontvangen, een verdeler van de middelen en een toezichthouder op het gebied van uitvoer en besteding van middelen. Gaandeweg kreeg VSV meer vorm. Er werden verbindingen gelegd en structurele zaken werden afgesproken. Elke euro is van de belastingbetaler, daar moeten we goed en efficiënt mee omgaan. De administratie is gestructureerd, nieuwe plannen zijn uitgevoerd en contacten zijn gelegd. Dat laatste is niet zozeer tussen instellingen met afkortingen gebeurd, maar tussen ménsen. Daar draait het om.”

Signaleren en oplossen
Hoe ziet de aanpak er de komende jaren uit? “Intensiever en persoonlijker. De zorgteams spelen daarbij een belangrijke rol. Die functioneren al aardig, maar het kan zeker nog beter, nog professioneler. En docenten worden steeds belangrijker. Zij signaleren het als het fout gaat. Maar kunnen ze daar ook iets mee? Het kan niet zo zijn dat we hen en de leerlingen niets te bieden hebben. Het gaat niet alleen om het signaleren van problemen, maar juist ook om het oplossen daarvan. Buddy’s zouden daar een rol in kunnen spelen. De reguliere middelen blijken niet te werken bij de leerlingen die nu nog buiten de boot vallen. Wel is de vraag wat de invloed van de bezuinigingen in het passend onderwijs zullen zijn. Blijven er voldoende oplossingen als een gedeelte van het passende onderwijs verdwijnt?” 

Investeren 
Het rapport van de eerste jaren Aanval op school uitval ligt er inmiddels. In de begeleidende brief benadrukt minister Marja van Bijsterveldt het belang van het programma. Vandaar dat op dit punt niet bezuinigd maar juist geïnvesteerd wordt. Terecht, vindt Bonekamp. “Als je met een financiële bril kijkt, is het alleen al logisch. Criminaliteit, UWV, bijstand; de kosten zijn vele malen hoger wanneer jongeren die uitvallen werkeloos worden of blijven of zelfs de criminaliteit ingaan. Dat moeten we niet willen.”

Persoonlijk geraakt
Wel moet je presteren om recht te hebben op de financiën. “Dat motiveert. In RMC38 hebben we het niet gehaald. De minister noemde in haar brief twee regio’s die achterbleven bij de rest. Onze regio zit daarbij en dat raakt me persoonlijk. Het zal toch niet gebeuren dat wij dit niet waar kunnen maken. Er valt overigens binnen de regio in kleinere gemeentes nog succes te behalen met structurele middelen. We hebben grote stappen gezet, wat het beste gaat met zo min mogelijk partijen. Het is nu zaak om ook de kleinere gemeentes te laten aanhaken, dan zitten we weer op landelijk niveau.” Qua structuur verandert er daarom ook iets in RMC38. “De regio is zo langgerekt, dat samenwerking soms lastig is. Daarom gaan we werken met subregio’s. De steden blijven dezelfde werkwijze hanteren en werken nog steeds samen in de basis. Maar op leerlingniveau en in overleggen is het praktischer om dat binnen de eigen subregio te doen.”

“Er staat geen hek om Limburg”

Prestatiedrang 
De Stichting heeft twee petten op: die van bestuurder en van uitvoerder. “Intern hebben we die twee taken heel duidelijk gescheiden; er zijn letterlijk twee functies. Ik kan moeilijk mezelf controleren.” Hoe ziet Bonekamp de Stichting LVO nu? “Als een goede huisvader. We moeten van elkaar leren, zonder elkaar zaken op te leggen. Dat wekt weerstand. Je ziet de verandering: mensen kijken verder dan wat ze zelf doen en vragen wat ze een ander (regiobreed en daar buiten) te bieden hebben of wat ze van de ander willen. Kennisdelen is ontzettend belangrijk.” Hij merkte de afgelopen jaren een cultuurverandering binnen de scholen. “Er is prestatiedrang. En er wordt samengewerkt, binnen de scholen, binnen vo, mbo en gemeente, regio’s binnen de provincie maar ook buiten de grenzen. Er staat geen hek om Limburg. Leerlingen vertrekken naar Brabantse mbo’s, ook daar moeten we contacten aanhalen.”

Bezig met laden posts...